in een klooster had een zanger de slaap gevat

zijn stem was moe

en diep, heel diep zonk hij in een zwarte slaap

in een draaikolk tolde hij voorbij zijn dromenP1160134

toen kwam er dat geluid

eerst zacht en zagerig lang

en aanzwellend vulde het

de donkere gang van het klooster

waar de zanger zichzelf vergeten had

een stem

maar dan doordringend schril

hij zocht vergeefs naar de beeltenis

van de liefste lieve vrouw

er was geen dromen aan

de stem veranderde

maar een nachtegaal was het voorzeker niet

een zoef een zuif een zweef vol gewuif

in het zog ervan een vreselijke zang

aan een dorre boom bleef ze tenslotte hangen

vol misbaar die vliegende non vol van gezangen

tegen in de wind doorgalmde kloostergangen

Walter


 

Goed

‘s morgens gaat de vrouw

naar de vallei kijken

die voor haar ligt

 

de klok in detoren wijstP1160115

zoveel over acht

 

alles is goed

zoals het is

 

Bénédicte